Wat is incontinentie bij honden?
Een incontinente hond verliest urine zonder dat hij dat wil of merkt. De blaas loopt een beetje leeg terwijl hij ligt, slaapt, opstaat of enthousiast begroet. Dit heet ook wel passieve incontinentie: er is geen plashouding, geen bewuste keuze en vaak schrikt de hond zelf van de natte plek.
Dat is iets anders dan een hond die in huis plast. Neemt je hond een plashouding aan, laat hij kleine plasjes op steeds andere plekken of plast hij veel vaker dan anders, dan is de blaas waarschijnlijk geïrriteerd of vol, en dat vraagt een ander onderzoek. Ook een hond die veel plast en veel drinkt is niet incontinent in de eigenlijke zin; daar zit vaak iets achter wat de dierenarts moet uitzoeken.
Het onderscheid is belangrijk, omdat de oorzaak en de aanpak verschillen. Houd een paar dagen bij wanneer het gebeurt, waar en in welke houding je hond was. Daar heeft de dierenarts meer aan dan aan een schatting.
Hoe ontstaat incontinentie bij honden?
De blaas wordt afgesloten door een sluitspier. Zodra die spier of de zenuwen die hem aansturen niet meer goed werken, lekt er urine weg zodra de blaas wat voller wordt of de hond ontspant. Dit zijn de meest voorkomende oorzaken en risicofactoren:
- Een verzwakte sluitspier na sterilisatie, vooral bij teven van middelgrote en grote rassen
- Ouderdom: spieren verliezen kracht en de blaas wordt minder gevoelig
- Overgewicht, dat extra druk op blaas en bekkenbodem zet
- Een aangeboren afwijking van de urineleiders bij pups en jonge honden
- Rug- of zenuwproblemen, bijvoorbeeld bij een hernia of spondylose, waardoor de blaas slecht wordt aangestuurd
- Een vergrote prostaat bij oudere reuen
- Blaasontsteking of blaasgruis, die op incontinentie lijken maar een eigen aanpak vragen
- Sommige rassen hebben meer aanleg, zoals boxer, dobermann, rottweiler, Duitse herder en oude Engelse herdershond
Bij teven: na de sterilisatie
De meest voorkomende vorm. Na sterilisatie daalt de hoeveelheid oestrogeen, en dat hormoon helpt de sluitspier gespannen te houden. De klachten beginnen soms binnen een jaar, maar vaak pas jaren later, als de hond ouder wordt. Grote en zware teven hebben meer kans dan kleine.
Bij reuen: prostaat en ouderdom
Bij reuen is sluitspierzwakte zeldzamer. Verliest een reu druppels urine, dan kijkt de dierenarts meestal eerst naar de prostaat. Een vergrote prostaat drukt op blaas en plasbuis en geeft nadruppelen, moeizaam plassen of kleine plasjes. Lees meer over prostaatproblemen bij honden.
Bij pups en jonge honden: aangeboren
Een pup die vanaf het begin druppelt of nooit helemaal zindelijk wordt, heeft vaak een aangeboren afwijking waarbij een urineleider niet goed op de blaas uitkomt. Dat is met onderzoek vast te stellen en in veel gevallen te verhelpen. Wacht hier niet mee tot de pup er overheen groeit.
Je hond verliest urine tijdens de slaap
Dit is het signaal waar de meeste eigenaren mee beginnen: een droge hond overdag, een natte mand in de ochtend. Tijdens diepe slaap ontspannen alle spieren, ook de sluitspier van de blaas. Is die spier al wat zwakker, dan loopt de blaas 's nachts langzaam leeg zonder dat je hond wakker wordt. Overdag, als hij alert is, houdt dezelfde spier het nog net.
Daarom is urineverlies in de slaap typisch voor sluitspierzwakte en ouderdom, en niet voor een blaasontsteking. Bij een ontsteking plast een hond juist overdag vaak en in kleine beetjes. Let op hoeveel het is: een vochtige plek ter grootte van een hand wijst op lekkage, een hele natte mand op een blaas die volledig leegloopt. Dat laatste, zeker in combinatie met veel drinken of een stijve achterhand, is reden om snel een afspraak te maken.
Incontinentie bij oudere honden
Bij een oude hond komen meerdere dingen samen. De sluitspier verliest kracht, de blaas rekt minder goed en signalen van de blaas naar de hersenen komen minder scherp door. Een oudere hond merkt daardoor later dat hij moet, en slaapt dieper. Ook gewrichtsklachten spelen mee: een hond die moeilijk opstaat, stelt het plassen uit tot het niet meer houdbaar is.
Twee dingen horen niet bij gewoon ouder worden. Een oude hond die veel meer gaat drinken en plassen dan vroeger, en een hond die ineens 's nachts onrustig rondloopt of binnen plast zonder dat hij lijkt te weten waar hij is. Beide vragen onderzoek bij de dierenarts; het eerste wijst vaak op nieren, lever of een hormonale oorzaak, het tweede op cognitieve achteruitgang. In beide gevallen is er meer mogelijk dan afwachten.