Constipatie of obstipatie bij katten: wat is het verschil?
Bij constipatie of verstopping poept je kat moeilijk en komen er alleen harde ontlasting in kleine, droge keutels. Lukt het helemaal niet meer, dan spreken dierenartsen van obstipatie. De ontlasting blijft dan in de dikke darm zitten, droogt verder in en wordt steeds harder en groter.
Een gezonde kat poept meestal een keer per dag. Een enkele keer een dag overslaan is geen probleem. Blijft de ontlasting langer zitten of komt het steeds terug, dan kan de dikke darm uitrekken en slapper worden. Dierenartsen noemen dat een megacolon. Daarom is het belangrijk obstipatie op tijd te laten behandelen.
Hoe krijgt een kat obstipatie?
De meest voorkomende oorzaken en risicofactoren:
- Te weinig drinken. Katten drinken van nature weinig, zeker bij alleen droogvoer.
- Leeftijd: oudere katten bewegen minder en hebben vaker last van uitdroging.
- Overgewicht en weinig beweging.
- Haarballen die in de darm blijven steken.
- De kattenbak vermijden, omdat die vies is, op een drukke plek staat of omdat een andere kat hem bewaakt.
- Stress, bijvoorbeeld door een verhuizing of een nieuw huisdier.
- Pijn bij het hurken, door artrose of een rugprobleem.
- Nierproblemen, waardoor je kat meer vocht verliest.
- Een vernauwing van het bekken, bijvoorbeeld na een gebroken bekken.
Kat kan niet poepen: obstipatie of een blaasprobleem?
Een kat die lang in de kattenbak zit en perst, lijkt verstopt. Maar hetzelfde gedrag zie je bij een kat die niet kan plassen. Vooral bij katers kan de plasbuis verstopt raken, en dat is binnen een dag levensbedreigend. Kijk daarom of er natte plekken in de bak liggen. Zie je geen urine, of twijfel je, bel dan direct de dierenarts. Meer over plasproblemen lees je bij blaasontsteking bij katten.