Wat is zomereczeem?
Zomereczeem is een allergie. Je paard reageert overgevoelig op het speeksel van knutten, kleine mugjes van een paar millimeter die van april tot oktober vliegen. Elke beet zet een jeukreactie in gang, en van die jeuk gaat je paard schuren. De schade die je ziet, de afgebroken manen en de kale staartwortel, is dus niet de ziekte zelf maar het gevolg van het schuren.
Dezelfde aandoening heet ook staart- en maneneczeem, zomerdermatitis of, in vaktaal, insectenbeetovergevoeligheid. Het is de meest voorkomende huidallergie bij paarden en pony's in Nederland. Zomereczeem is niet besmettelijk en heeft niets te maken met zomereczeem bij mensen; dat is een reactie op zonlicht.
De klachten beginnen in het voorjaar, zijn het ergst in de zomer en verdwijnen in de winter. Het volgende voorjaar komen ze terug, vaak heftiger.
Hoe ontstaat zomereczeem?
De boosdoener is de knut (Culicoides), een mug van één tot drie millimeter die je nauwelijks ziet. Knutten broeden in vochtige grond, slootkanten, mesthopen en natte weides. Ze vliegen vooral bij windstil, vochtig weer, in de schemering rond zonsopgang en zonsondergang, en komen bij wind niet ver. De meeste soorten bijten op de bovenlijn: manenkam, schoft, rug en staartwortel. Sommige soorten bijten juist aan de onderkant: buiknaad, borst en binnenkant van de dijen.
Niet elk paard dat gebeten wordt, krijgt zomereczeem. De allergie ontstaat door een combinatie van aanleg en blootstelling:
- Erfelijke aanleg. Zomereczeem komt in bepaalde lijnen vaker voor; een merrie of hengst met zomereczeem geeft de gevoeligheid door.
- Ras. IJslanders, Friezen, Shetlanders, Welsh pony's, Haflingers en Fjorden zijn vaker gevoelig. IJslanders die als volwassen paard uit IJsland komen, lopen het meeste risico: daar zijn geen knutten, dus hun afweer kent de beet niet.
- Leeftijd. De eerste klachten verschijnen meestal tussen het tweede en vijfde levensjaar, zelden bij veulens.
- Omgeving. Een weide naast sloten, bos of stilstaand water en een natte zomer betekenen meer knutten en dus meer beten.
Zomereczeem herkennen: manen, staart, hoofd of buik
De plek waar je paard schuurt, zegt veel. Bij zomereczeem is het bijna altijd de manenkam en de staartwortel, vaak allebei. De haren breken af of staan in plukken omhoog en de staartwortel wordt dun en kaal, de bekende rattenstaart. Bij de ene soort knut zie je daarnaast bultjes en schilfers op de oren, het voorhoofd en langs de schoft; bij de andere soort juist een rauwe, verdikte streep over de buiknaad en tussen de voorbenen.
Niet elk schurend paard heeft zomereczeem. Een paard dat alleen de staart schuurt en de manen met rust laat, kan last hebben van aarsmaden (wormen die rond de anus eitjes leggen) of van een vuile schede of schacht. Schuren over het hele lichaam, ook in de winter, past eerder bij mijten, luizen of een schimmelinfectie. Lees meer over de andere oorzaken van jeuk bij paarden en de andere vormen van eczeem bij paarden.